‚Äč

Het weer

Weather data OK.
Amsterdam
22 °C
Bezoekers vanaf 23 juni 2015
185794
Vandaag121
Gisteren288
Deze week409
Deze maand4879

Artikelindex

Twentse spellingsregels

In de Twentse spelling gelden de Nederlandse spellingsregels behalve bij de volgende:

wijsheden

 

Klinkers:Bijzondere klinkers
-De ea geeft de lange ê-klank als in 'literair' weer. Soms wordt deze als tweeklank (ee-a of jea) gehoord. Dus waar ea geschreven wordt, kan de uitspraak plaatselijk verschillen. Bijv. leavn (leven), Eanske, Tweante. De oa geeft de lange ô-klank als in 'rose' weer. Soms wordt deze als tweeklank (oo-a) gehoord. Dus waar oa geschreven wordt, kan de uitspraak plaatselijk verschillen. Bijv. boavn (boven), oald (oud), doar (daar).
-De ö geeft de korte Duitse ö in 'Köln' weer. Bijv. lös (open), völ (veel).
-De öa geeft de lange ö-klank als in 'oeuvre' weer. Bijv. genöal (gezever).
-De ä wordt alleen gebruikt waar een a door verbuiging een korte è-klank heeft gekregen. Bijv. bälken i.p.v. belken (balletje), stämme i.p.v. stemme (stammen).
Behalve de reeds genoemde, zijn er nog drie bijzondere lange klanken: iee (ie-e, als in 'bier'), oee (oe-e, als in 'boer') en ue (uu-e, als in 'vuur'). Bijv. tieene (tien), voeegel (vogel, naast voggel) en vuegel (vogels, naast vöggel). Voor r wordt wel gewoon ie, oe of uu gespeld.
-De j-klank na een klinker. Deze wordt weergegeven met i, behalve na ie (iej), ui (uij) en ei (eij) en na korte u (uj), e (ej) en i (i-j). Bijv. aait (altijd), krujn, kruuin of kruijn (kruien), greuin (groeien), kleijn (zwoegen), ideein (ideeën).
-De ei, eai en iej als standaard. Als ei, eai, eei of ej wordt gehoord waar het Nederlands ei heeft, wordt standaard ei gespeld. Dus waar ei geschreven wordt, kan de uitspraak plaatselijk verschillen. Bijv. in de uitgang -heid.
-Als eai, ei of ej wordt gehoord waar het Nederlands aai heeft, wordt standaard eai gespeld. Dus waar eai geschreven wordt, kan de uitspraak plaatselijk verschillen. Bijv. dreain (draaien).
-Als ie(j), eei, ej of i-j wordt gehoord waar het (oud-)Nederlands ij heeft, wordt standaard iej gespeld. Dus waar iej geschreven wordt, kan de uitspraak plaatselijk verschillen. Bijv. wiej (wij).
Eindklinkers
-Als een woord eindigt op een lange ee- of oo-klank, dan worden twee letters gespeld als de klemtoon er op valt, ook in samenstellingen. Bijv. hee (hij), toostemming, oo (o), maar wel auto.
-Waar een enkele o wordt gespeld aan het eind van een eenlettergrepig woord (ook in samenstellingen) wordt deze dus kort uitgesproken. Bijv. de o in grovaa (grootvader) en boschop (boodschap).
-Om verwarring met de stomme e te voorkomen wordt een korte è-klank aan het eind van een woord als è geschreven. Bijv. hè hè.
Toonloze klinkers in leenwoorden
In een groot aantal uit het Nederlands afkomstige woorden worden toonloos geworden lettergrepen gespeld met de oorspronkelijke klinker. Bijv. model, politie, fatsoenlik, toneel, natuur, muziekfornuus, laweain, gordien.
Medeklinkers
-Stomme r
Een r wordt altijd geschreven waar dat in het verwante Nederlandse woord ook gebeurt, ook al wordt deze in het Twents niet of nauwelijks (als breking van de voorafgaande lange klinker) gehoord. Bijv. zwart, vort (weg, vort, Duits: fort, Fries: fuort), börseln (borstelen), dörs (dorst), Bernard (uitsproken als Bennad), morn (morgen), keerl (kerel), verdan, noar (naar), naar (erg), vaar (vader) meer.
-Stomme begin-h
In sommige streken (Zwolle e.o.) wordt geen medeklinker gehoord waar het verwante Nederlandse woord met een h begint. Deze wordt altijd wel als h gespeld. Bijv. Hattem i.p.v. Attem, k heb t (ik heb het).
-Begin-z
Als een s wordt gehoord waar een verwant Nederlandse woord met een z begint wordt toch altijd een z gespeld. Bijv. ziegerd (oorveeg), wat zas (wat zul/moet je).
-Eind-d of -t
Van vele woorden wordt de in het Nederlands gehoorde eind-d of -t meestal niet uitgesproken en geschreven. In verbuigingen en binnen samenstellingen wordt deze echter wèl geschreven. Bijv. pos(t)-postbus, gedich(t)-gedichtn, zeun(d)-zeundn.
-De -v na een beklemtoonde klinker
-Wordt na een klinker (u)w uitgesproken waar het Nederlands een v of (aan het eind van het woord, of voor d of t) een f heeft, dan wordt v of vv gespeld. Waar het Nederlands (u)w heeft, wordt wel (u)w gespeld. Bijv. oaverieverig (overijverig), ik geav of geaf (ik geef), blieft of blievt stoan! (blijf staan), leafd of leavd (geleefd), gevvel (gevel), maar wel kow of kowwe (kooi) en dawweln (stoeien, verband met duwen).
-De combinatie -vn (waar het Ned. -v-n heeft) wordt meestal uitgesproken als -wn of als -mm. Dus waar -vn geschreven wordt, kan de uitspraak plaatselijk verschillen. Bijv. geavn (geven), oavnd (avond), maar wel bouwn.
Handhaving c, q en x
De c, de x en de q worden gehandhaafd als dit de herkenbaarheid van het woord ten goede komt, of als het een vreemd woord betreft waarvan de uitspraak niet rechtstreeks uit de spelling af te leiden is. Bijv. ciefer (cijfer), ceant (cent), taxicentroale, croupier, antiquarioat.
sch of sk
Lettergrepen die in het Nederlands met sch- beginnen, zijn in Heftan tattat! consequent gespeld met sk-, als revanche voor de vele Enschedeërs die van hun ouders school niet als skool mochten uitspreken. Standaard wordt echter sch-gespeld. Niet-beklemtoonde uitgangen -ske(n) worden wel met k gespeld. Bijv. tusken (tussen), Eanske en haanske (handschoenen).
Uitgangen
-(e)n (waar het Ned. -en heeft)
Als de e niet wordt gehoord, wordt alleen -n gespeld, ook al hoort men -m of -ng. De medeklinker voor deze -n wordt nooit verdubbeld. Bijv. maakn (maken), loopn (lopen), plakn (plakken) beginn (beginnen), teagn (tegen). In woorden op -sken en op -mken wordt de e wèl duidelijk gehoord en geschreven. Bijv. griemken (grimlachen, volt. deelw. (e)griemked), basken (zwaar lopen, v.d. ebasked), tusken (tussen).
Verkleinwoorden
Ook de uitgangen -jen, -sken en -ken (meervoud -kes) worden altijd volledig gespeld met e, ook al wordt deze, zoals in meaken (meisje), niet gehoord. Dit blijft gelden bij -ken als de stam van het zelfstandig naamwoord eindigt op -k. Bijv. päkken (pakje, naast päksken), heukken (hoekje, naast heuksken).
-bn na een klinker (Ned. -(b)ben)
Deze wordt vaak uitgesproken als -mm, maar standaard niet als zodanig weergegeven (met -mn). Bijv. hebn.
-dn na een klinker (Ned. -den)
Hierin wordt de d wel gespeld, ook al wordt deze niet of nauwelijks (bijv. als j-klank) gehoord. Bijv. leedn (geleden), broadn (braden), goodn (goede).
-lik (Ned. -lijk, Fries -lik, Duits -lich) Bijv. lillik (lelijk), feilik (eigenlijk), makkeliker (gemakkelijker).
-tie of -sie (Ned. -tie) In het algemeen blijft -tie gehandhaafd, maar het wordt -sie als -sie i.p.v. -tsie gehoord wordt na een klinker of een n. Bijv. inspiroatie, relatie, aktie, maar ginneroasie, vakaansie, adverteansie. Toegestane uitzondering is plietsie (politie).
-gn na een beklemtoonde klinker (Ned. -gen) Deze spelling geldt ook waar de uitspraak meer -gng, -ng of -ngn is. Dus waar -gn geschreven wordt, kan de uitspraak plaatselijk verschillen. Bijv. zegn (zeggen).
-er en -ere (Ned. idem) De e voor de r in de uitgang van de vergrotende trap blijft in alle gevallen staan, ook al wordt deze niet uitgesproken. Bijv. bredere.
-erd (Ned. -er of -erd) Altijd met een d. Bijv. ziegerd (oorvijg), knieperd (vrek), gloeperd (gluiperd).
-ies (Ned. -isch) Bijv. typies (typisch), logies (logisch)
-zie (waar het Nederlands de Franse uitgang -ge heeft) Bijv. garazie, horlozie.

Werkwoordsvormen
-De meeste werkwoorden krijgen in de t.t. m.v. (en in de 3e persoon e.v.) een t achter de stam. Bij stammen die eindigen op -t wordt geen dubbel-t gespeld. Dus wiej bidt (wij bidden) en wat et ze (wat eten ze).
-In de 3e persoon e.v. komt geen t achter de stam als er klinkerverandering is opgetreden. Dus: zee sniedt/hee snid in analogie met zee bloast/hee blös.
-Bij sommige werkwoorden kan het onduidelijk zijn of de stam eindigt op -d. Voor het Nederlandse 'houden' zijn zo twee vormen mogelijk: hoaln en hoaldn, met resp. ik hoal en ik hoald in de t.t. 1e en 3e persoon e.v. Aanbevolen wordt deze d wel te spellen (en eventueel weg te laten in de 1e persoon e.v.). Dus ook: gealdn (gelden), wördn (worden), veendn (vinden), enz.
-Bij regelmatige werkwoorden komt in de v.t. alleen een n achter de stam, waar het Nederlands -de(n) of -te(n) heeft. Bijv. hee renn (hij rende), ik lachn (ik lachte).
-Van het voltooid deelwoord van werkwoorden met een voorvoegsel zijn twee vormen mogelijk, kort aanelkaar geschreven of met koppelteken + e. Een voorbeeld maakt dit het beste duidelijk: n trein is ankömn of an-ekömn. De eerste vorm heeft altijd de voorkeur. Het koppelteken is in het tweede geval noodzakelijk om onderscheid te maken met, bijvoorbeeld: hoo bi'j doar an kömn? c.q. an ekömn?
Handhaving stam
De laatste medeklinker van de stam van een woord blijft staan in verbuigingen en samenstellingen ook al wordt deze niet gehoord. Bijv. de d in oalde (oude), in 's oavnds ('s avonds) en in haandn (handen). Een uitzondering hierop vormt het weglaten van de d voor de s in woorden als gloepns en alderbarstns.
Lidwoorden
De lidwoorden zijn n (met klemtoon den) en nen voor mannelijke, de en ne voor vrouwelijke, en t (met klemtoon ut) en n (met klemtoon un) voor onzijdige zelfstandige naamwoorden. Bijv. n/nen keerl (de/een man), de/ne vrouw (de/een vrouw), t/n keend (het/een kind). Als verwarring met het lidwoord den mogelijk is, krijgt het mannelijke aanwijzend voornaamwoord dèn een accent. Dus niet in Den keerl den ik... maar wel in Dèn keerl?
Eenletterwoorden
Behalve de lidwoorden n en t, worden nog een aantal woorden als een enkele letter gespeld, zonder apostrophe. Dit betreft a (al) en vormen zonder klemtoon: e naast hee (hij), k naast ik, m naast um (hem) r naast der (achter woord op -t) en s naast eens. Bijv. hee zeg dat e t r a s doan hef (hij zegt dat ie het er al eens gedaan heeft). Aan het begin van de regel krijgt het woord na n, t of k de hoofdletter.
Samentrekking
Bij samengetrokken woorden wordt een apostrophe gebruikt om beide onderdelen te kunnen onderscheiden: da's wa'k (dat is wat ik), bi'j (= bin iej), dat kaan'k wa. Als er geen klankwijziging optreedt en van maar één van beide woorden een deel niet wordt uitgesproken, blijft een spatie tussen beide onderdelen staan. Bijv. 's oavnds ('s avonds), he'j z' a? (heb je ze al?).