‚Äč

Het weer

Weather data OK.
Amsterdam
7 °C
Bezoekers vanaf 23 juni 2015
251201
Vandaag94
Gisteren275
Deze week1750
Deze maand5253

Artikelindex

Klootschieten

klootschieten
In de dertiende eeuw vernemen we in Nederland voor het eerst over het spel klootschieten (o.a. in Amsterdam, Leiden, Dordrecht enz.). Het spel werd door jong en oud gespeeld.
De kloot was toen veelal een mooie steen, dan wel een ijzeren of houten bal. Om ze zwaarder te maken werden de houten kloten ingeboord en verzwaard met lood. Loden overblijfselen van dergelijke kloten zijn op verschillende plaatsen in Friesland gevonden.
Het spel werd ongeveer zoals het huidige golf gespeeld. Er werd van tevoren een markant punt afgesproken waar men naar toe zou gooien. Het ging er dan om wie met de minste worpen het punt raakte.
Klootschieten is eigenlijk typisch Twents geworden omdat klootschieten in Nederland aan het begin van de gouden eeuw een erg negatieve klank heeft gekregen. Eerst was het in Nederland erg populair. Veranderde geloofsbegrippen (Calvinisme), de snelle ontwikkeling van handel en welvaart en de grote toevloed van vreemdelingen kregen hun invloed op de Nederlandse samenleving, hierdoor nam de populariteit van klootschieten snel af. In Twente en de Achterhoek nam de populariteit later echter weer toe en hierdoor kun je klootschieten toch als Twentse cultuur beschouwen.Door de Nederlandse Klootschieters Bond is het klootschieten gereglementeerd. Bij de bijlagen kunt u de spelregels van het klootschieten lezen.

 


Spelregels Klootschieten


1.   Start en finish:
      De start en de finish dienen duidelijk aangegeven te zijn door een streep of een andere 
      markering.
2.   De teamleden schieten om beurten. Op de plaats waar de kloot van de eerste schutter van
      een ploeg is gekomen dient de volgende schutter te schieten, enzovoorts.
3.   Tijdens de wedstrijd wordt met de achterliggende kloot het eerst geschoten.
4.   Raakt de kloot van de weg, dan wordt de afzetplaats bepaald haaks op de lengterichting van
      de straat, vanuit het punt waar de kloot is blijven liggen.
5.   De kloot mag alleen onderarms worden geschoten.
6.   De kloot moet in voorwaartse richting worden geschoten en dient het punt waar het vorige
      schot geëindigd is, gepasseerd te zijn, alvorens het als een geldig schot wordt genoteerd.
      De lengte van de aanloop is vrij.
7.   Indien de kloot tijdens de wedstrijd wordt aangeraakt door de tegenpartij of door een niet
      vaststaand aangebracht obstakel behorende aan de tegenpartij mag het schot herhaald
      worden. Wanneer de kloot wordt aangeraakt door leden van de eigen partij mag niet worden
      overgeschoten. Vlaggen en afstandsborden behoren tot de vaste obstakels. De kloot mag niet
      worden tegengehouden, ook niet bij het teruglopen van een helling.
8.   Bij het afsnijden van bochten dient de kloot tijdens het schot de (verharde) weg te raken of
      hierover te gaan (kan ook met het uitrollen). Wordt aan deze voorwaarde niet voldaan, dan
      wordt het schot als geldig genoteerd en vindt het volgende schot plaats vanaf het vorige
      ligpunt, echter wel door de volgende schutter.
9.   De winnaar van een wedstrijd is die ploeg met het minste aantal schoten. Bij een gelijk aantal
      schoten is de winnaar, die ploeg met het meeste aantal meters over de finishlijn.
10.Finishlijn:
      De kloot moet de lijn volledig gepasseerd zijn. Blijft de kloot erop liggen dan moet men nog
      een keer schieten.

 


Kruisjassen


  kruisjassenKruisjassen is een kaartspel. Kruisjassen wordt erg veel in Twente gespeeld, dit was in ieder geval zo, tegenwoordig is dit minder het geval. Kruisjassen moet je met vier personen spelen. Degene die schuin tegenover je zit aan de tafel is je medespeler, je hebt dus twee teams die gekruist tegenover elkaar zitten, vandaar de naam ‘kruisjassen’.
Kruisjassen kun je op drie verschillende manieren spelen, gewoon op punten, je kunt kruisjassen met roem en je kunt kruisjassen met tik. In Twente werd nauwelijks gekruisjast met roem. Bij kruisjassen krijgt iedere speler van de gever acht kaarten. De gever geeft zichzelf ook acht kaarten maar hij legt er één kaart omgedraaid op tafel zodat iedere speler de kaart kan zien. De soort van deze kaart (ruiten, harten, schoppen of klaver) wordt de troef genoemd. Hier draait het kruisjassen allemaal om. Bij de bijlagen zal ik verder op de spelregels van het kruisjassen ingaan.

 


 

Spelregels Kruisjassen


Het spel moet gespeeld worden met vier spelers. Je hebt een vaste partner en dat is degene die schuin tegenover je zit. Het spel wordt gespeeld met 32 kaarten ( de 7,8,9,10,boer,vrouw,heer,aas van elke kleur). Voor een spel wordt er altijd afgesproken tot hoeveel punten je gaat, meestal is dit tot elf punten.

De gever geeft iedereen acht kaarten, hij geeft zichzelf ook acht kaarten maar hiervan legt hij de laatste kaart omgedraaid op tafel. Zodra iedere speler deze kaart heeft kunnen zien pakt hij ook deze kaart op. De kaart die omgedraaid is, is de troefkaart. De soort van deze kaart is dus troef.

Bij kruisjassen krijg je het volgende aantal punten bij een kaart. Een aas is 11 punten waard, een heer is drie punten, een vrouw is twee punten, een boer is één punt tenzij het een troefkaart is, dan is een boer twintig punten waard. Een tien is tien punten waard, een negen is nul punten, maar als het een troefkaart is, is een negen veertien punten waard. De acht en de zeven zijn allebei nul punten waard. Als je de laatste slag pakt krijg je 5 punten erbij.

Na het delen van de kaarten komt de persoon die links van de gever zit op met een bepaalde kaart, het spel draait met de klok mee. Bij kruisjassen is het de bedoeling dat je van de 146 punten (141 in het spel en 5 bij de laatste slag) die in een spel zitten je er tenminste 100 pakt bij een potje. De boer en de negen van de troef zijn dus de meeste punten waard. Bij elke slag zitten vier kaarten. Degene die van de soort die op tafel wordt gegooid de hoogste kaart bijgooit (volgorde is van hoog naar laag: aas,heer,vrouw,boer,10,9,8,7) krijgt de slag, tenzij er een kaart van de troef bijgegooid wordt. Als je van de troef de boer opgooit is de slag altijd voor jou, en als je de negen opgooit ook, tenzij de boer van de troef erbij ligt, verder geldt ook hierbij de normale volgorde. Je moet echter bij een slag altijd wel bedienen van de soort, tenzij je deze niet hebt of als je een troefkaart erbij gooit.

Na een slag gaat de slag naar één van de twee personen, deze persoon telt het hele potje door het aantal punten van zichzelf en zijn medespeler. Nadat alle slagen verdeeld zijn telt hij en één van de twee tegenspelers die geteld heeft het aantal punten wat bij zijn pakje kaarten zit, als je samen met je medespeler 100 punten of meer gehaald hebt krijg je twee punten in de stand erbij. Als je alle slagen hebt gehaald krijg je vijf punten erbij in de stand. Heb je minder dan krijg je geen punten. Wie het eerste het vooraf afgesproken aantal punten haalt in de stand heeft gewonnen.

Kruisjassen met tik


Bij kruisjassen met tik gelden dezelfde spelregels als bij het gewone kruisjassen, alleen mag degene die de punten telt van je team op de tafel tikken nadat je 50 punten hebt gehaald, bijvoorbeeld als je waarschijnlijk toch geen 100 punten kunt halen met z’n tweeën. Degene die het eerste getikt heeft, je tegenspeler of jijzelf krijgt dan krijgt dan 1 punt. Als je alle slagen hebt gehaald en je hebt getikt dan krijg je zes punten extra in de stand.

Kruisjassen met roem


Op kruisjassen met roem gaan we niet zo heel ver in omdat het in Twente nauwelijks wordt gespeeld. Bij de uitleg over pandoeren kun je wel wat over ‘roem’ te weten komen.

 


 

Pandoeren


Pandoeren is ook een kaartspel wat veel in Twente gespeeld wordt. Bij het spel pandoeren moet je erg goed opletten en nadenken. Pandoeren lijkt heel erg op kruisjassen. Pandoeren kun je ook alleen met vier spelers doen. Het verschil tussen pandoeren en kruisjassen is dat je nu elke keer een wisselende medespeler hebt, en dat de beginner de troef zelf mag bepalen. Bovendien weet je niet direct wie je medespeler is, wat het spel erg interessant maakt. Pandoeren kun je ook maar op één manier spelen, en dat is met roem. pandoerBij pandoeren gaat het niet altijd om punten te halen, maar ook om je tegenstander ervan te weerhouden om punten te halen. De puntentelling is bij kruisjassen ook anders dan bij pandoeren. Bij pandoeren ‘biedt’ je aan het begin van het spel tegen elkaar aan hoeveel punten je kunt halen, bovendien moet je bij pandoeren samen met je medespeler alle slagen binnenhalen. Ook dit is dus een kwestie van elkaar aftroeven en elkaar afbluffen. Bij de bijlagen zal er ook verder ingegaan worden op de spelregels van pandoeren. Pandoeren kun je echter op heel erg veel verschillende manieren spelen, bij de bijlagen lees je de spelregels over hoe pandoeren het meest gespeeld wordt.

 


Spelregels Pandoeren


Pandoeren lijkt in veel opzichten op kruisjassen, sommige dingen zullen dus hier niet nog eens worden uitgelegd. Pandoeren speel je ook met vier personen en met 32 kaarten. Bij pandoeren wisselt je medespeler per potje. Men bepaalt weer vooraf tot hoeveel punten men gaat spelen.

De gever geeft weer iedereen acht kaarten, hij draait nu bij zichzelf niet één kaart om. Nadat de kaarten gegeven zijn en iedereen goed naar zijn kaarten gekeken heeft, moet iedereen tegen elkaar aan gaan bieden, hierover volgt straks meer. Het is bij pandoeren de bedoeling dat je samen met je medespeler alle slagen pakt.

Pandoeren speel je met roem, roem kun je hebben bij een 3-kaart, een 4-kaart, een 5-kaart, een 6-kaart of een 7-kaart. Dit betekent dat je bijvoorbeeld 3 op een rij hebt, of 4 op een rij enz. Je kunt dus 7,8,9 hebben of boer,vrouw,koning,aas. Deze kaarten moeten dan wel van dezelfde kleur zijn. Als je een 3-kaart hebt levert dit je 20 punten op, een 4-kaart levert 50 punten op, een 5-kaart 100 punten, een 6-kaart 120 punten een 7-kaart 140 punten. Als je vier dezelfde kaarten hebt, bijvoorbeeld vier 10-en of vier boeren, dan krijg je ook 100 punten. De punten worden ook wel roem genoemd.

Als de spelers tegen elkaar gaan bieden zegt men als men denkt dat ze met behulp van een medespeler alle slagen kunnen halen bijvoorbeeld ‘pandoer 20’, als men een 3-kaart in de hand heeft. Als men een 4-kaart in de handen heeft zegt men ‘pandoer 50’ enz. Als men denkt niet alle slagen te kunnen halen of als men niet over een bod van een tegenspeler heen kan dan past men. Op dat moment kan men alleen nog maar medespeler worden, van degene die het hoogste biedt en dus alle slagen zal moeten halen.

Degene die het hoogst geboden heeft moet alle slagen halen, hij bepaalt op het moment dat hij uit wil gaan komen welke soort er troef wordt. Hij komt dan uit en hij zegt dan de naam van een kaart die met hem mee moet gaan, bijvoorbeeld klaver aas, als hij deze mist om alle slagen te halen. De speler die dan de klaver aas in handen heeft wordt dan zijn medespeler, en samen moeten ze proberen alle slagen te halen.

Als men alle slagen haalt en de tegenspelers hebben kunnen zien dat je wat je geboden hebt, bijvoorbeeld pandoer 100, ook daadwerkelijk in de handen had, dan krijg je, net als je medespeler, twee punten in de stand. Haal je niet alle slagen, dan krijg je twee punten aftrek in de stand. Wie het eerst het vooraf afgesproken aantal punten haalt, heeft gewonnen.