‚Äč

Het weer

Weather data OK.
Amsterdam
14 °C
Bezoekers vanaf 23 juni 2015
215549
Vandaag229
Gisteren316
Deze week2134
Deze maand6550

Artikelindex

Spelregels Pandoeren


Pandoeren lijkt in veel opzichten op kruisjassen, sommige dingen zullen dus hier niet nog eens worden uitgelegd. Pandoeren speel je ook met vier personen en met 32 kaarten. Bij pandoeren wisselt je medespeler per potje. Men bepaalt weer vooraf tot hoeveel punten men gaat spelen.

De gever geeft weer iedereen acht kaarten, hij draait nu bij zichzelf niet één kaart om. Nadat de kaarten gegeven zijn en iedereen goed naar zijn kaarten gekeken heeft, moet iedereen tegen elkaar aan gaan bieden, hierover volgt straks meer. Het is bij pandoeren de bedoeling dat je samen met je medespeler alle slagen pakt.

Pandoeren speel je met roem, roem kun je hebben bij een 3-kaart, een 4-kaart, een 5-kaart, een 6-kaart of een 7-kaart. Dit betekent dat je bijvoorbeeld 3 op een rij hebt, of 4 op een rij enz. Je kunt dus 7,8,9 hebben of boer,vrouw,koning,aas. Deze kaarten moeten dan wel van dezelfde kleur zijn. Als je een 3-kaart hebt levert dit je 20 punten op, een 4-kaart levert 50 punten op, een 5-kaart 100 punten, een 6-kaart 120 punten een 7-kaart 140 punten. Als je vier dezelfde kaarten hebt, bijvoorbeeld vier 10-en of vier boeren, dan krijg je ook 100 punten. De punten worden ook wel roem genoemd.

Als de spelers tegen elkaar gaan bieden zegt men als men denkt dat ze met behulp van een medespeler alle slagen kunnen halen bijvoorbeeld ‘pandoer 20’, als men een 3-kaart in de hand heeft. Als men een 4-kaart in de handen heeft zegt men ‘pandoer 50’ enz. Als men denkt niet alle slagen te kunnen halen of als men niet over een bod van een tegenspeler heen kan dan past men. Op dat moment kan men alleen nog maar medespeler worden, van degene die het hoogste biedt en dus alle slagen zal moeten halen.

Degene die het hoogst geboden heeft moet alle slagen halen, hij bepaalt op het moment dat hij uit wil gaan komen welke soort er troef wordt. Hij komt dan uit en hij zegt dan de naam van een kaart die met hem mee moet gaan, bijvoorbeeld klaver aas, als hij deze mist om alle slagen te halen. De speler die dan de klaver aas in handen heeft wordt dan zijn medespeler, en samen moeten ze proberen alle slagen te halen.

Als men alle slagen haalt en de tegenspelers hebben kunnen zien dat je wat je geboden hebt, bijvoorbeeld pandoer 100, ook daadwerkelijk in de handen had, dan krijg je, net als je medespeler, twee punten in de stand. Haal je niet alle slagen, dan krijg je twee punten aftrek in de stand. Wie het eerst het vooraf afgesproken aantal punten haalt, heeft gewonnen.