‚Äč

Het weer

Weather data OK.
Amsterdam
5 °C
Bezoekers vanaf 23 juni 2015
234247
Vandaag187
Gisteren240
Deze week2068
Deze maand4441

Rijdend materieel

Hier vind je een overzicht van het materieel wat je op onze modelbaan tegen komt.  Locomotieven, treinstellen etc.

De informatie is overgenomen van Wikipedia.

 

 

628

De Baureihe 628 en is een tweedelig dieselhydraulisch treinstel voor het regionaal personenvervoer van de Deutsche Bundesbahn (DB).

Het treinstel werd in de jaren 1970 ontworpen voor de toenmalige Deutsche Bundesbahn door het Bundesbahn-Zentralamt München, samen met Waggonfabrik Uerdingen, ter vervanging van de Baureihe 795 en Baureihe 798, ook wel Uerdinger Schienenbusgenoemd.
De treinen van de protoserie 628.0 werden door de Deutsche Bundesbahn (DB) sinds 1974 ingezet op het traject van de Außerfernbahn tussen Garmisch-Partenkirchen en Kempten (Allgäu) Hbf. Deze treinen hadden twee motoren en werden doorlopend genummerd en gekoppeld, bijvoorbeeld: 628 001 + 628 011, enz.
Deze treinen bestaan uit een motorwagen met een motorloos stuurstandrijtuig.

v160Diesellocs DB V160

In de jaren zestig begon de DB met de bouw van een grote serie dieselhydraulische lijndiesellocomotieven, die de genadeslag zouden moeten geven aan de stoomtractie. Dit was de serie V160. Volgens het toenmalige nummersysteem was het getal 160 een aanduiding voor de sterkte van de locomotief, in dit geval 1600 pk. Deze indicatie had weinig betekenis, want tijdens de bouw van de serie werden de locomotieven steeds sterker.

De serie V160 bestond uit verschillende varianten: enkele grote deelseries en een aantal meer experimentele locomotieven. Vanaf 1968, toen de DB een nieuw nummersysteem invoerde, werden de locs ingedeeld in de series 210 t/m 219. 

Vijf jaar lang, van 1979 tot 1984, hebben locs van de Baureihe 216 ook dienstgedaan in Nederland, toen de NS een tekort aan diesellocomotieven had. In het noorden van het land reden ze zowel personentreinen (vaak forensentreinen) als goederentreinen. De locs waren gestationeerd in Groningen, later ook in Zwolle. Naar verluidt waren de NS-machinisten er erg over te spreken.

br220De Baureihe 220, tot 1968 bekend als V200, is een dieselhydraulische locomotief bestemd voor personen- en goederentreinen bij de Deutsche Bundesbahn (DB).

In verband met een gebrek aan grote lijndiesellocomotieven bij de Deutsche Bundesbahn werd in 1953-1954 een proefserie van vijf locomotieven ontwikkeld en gebouwd door Krauss-Maffei in München.

In 1956 kwam de serie productielocomotieven bij MaK en Krauss-Maffei gereed. Deze locomotieven werden voornamelijk op niet geëlektrificeerde hoofdspoorlijnen ingezet ter vervanging van de nog volop aanwezige stoomlocomotieven.

De locomotieven met twee motoren hadden veel onderhoud nodig. Iedere motor dreef een hydraulische overbrenging aan. Sinds 1977 werd er de voorkeur aan gegeven om bij lichte treinen en losse locomotief niet twee motoren, maar één motor te gebruiken.

In de jaren tachtig werden zeven locomotieven verkocht aan de Schweizerische Bundesbahnen (SBB) als Am 4/4 met de nummers 18461-18467. Deze locomotieven werden onder meer met goederen- en diensttreinen ingezet. In 1997 werd de laatste locomotief afgevoerd en aan een particulier in Duitsland verkocht.

 

v100

 

 

 

 Ons werkpaard op de modelbaan voor goederenvervoer.

 

 

 

 

Geschiedenis

Deze locomotief werd voor 1968 met DB V 100 aangeduid.

In het jaar 1958 begon de Deutsche Bundesbahn (DB) met de indienststelling van deze dieselhydraulische locomotieven voor gemengde dienst. De loc heeft een vermogen van 1100 pk. De locomotieven hebben een lengte van 12,3 m en een maximumsnelheid van 100 km/u.

De serie V100 is de tweede serie met een iets zwaardere motor van 1350 pk, waarvan er 371 geproduceerd zijn. Na 1968, met de invoering van een nieuw nummersysteem bij de DB, werden ze ingedeeld als serie 212. Vanuit deze serie is de Baureihe 213 ontwikkeld met een aangepaste overbrenging en een gemodificeerd remwerk die bedoeld was voor de inzet op steile trajecten.

 

thalys

  De Thalys  de hogesnelheidstrein op onze spoorbaan

Thalys International is een consortium van de Franse SNCF (60% aandeel) en de Belgische NMBS (40% aandeel). Het bedrijf is actief op het hogesnelheidsnetwerk tussen Frankrijk, België, Nederland en Duitsland. De Nederlandse NS participeren wel, maar hebben geen aandeel in het bedrijf. NS is de concessiehouder van het Nederlandse deel van de Hogesnelheidslijn Schiphol - Antwerpen.[1] Het bedrijf is een Belgische onderneming (samenwerkende vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) en gevestigd in Brussel.

Sinds 2 juni 1996 voorziet de Thalys in hogesnelheidsdiensten tussen Amsterdam, Brussel en Parijs. Op 14 december 1997 werd het netwerk van de Thalys aanzienlijk uitgebreid. Zo kwamen er in België verbindingen naar onder andere Brugge, Gent en Oostende beschikbaar en begonnen de diensten naar Aken en Keulen. Tegelijkertijd werd de reistijd tussen Brussel en Parijs teruggebracht naar een klein anderhalf uur. Door ingebruikname van nieuwe trajecten tussen Luik en Aken, en ook tussen Antwerpen en Rotterdam, werd de reistijd vanaf december 2009 sterk ingekort. Brussel-Zuid en Amsterdam Centraal liggen minder dan 2 uur uit elkaar. Vanaf 30 oktober 2011 is er een dagelijkse verbinding tussen Parijs, Brussel en Brussels Airport. Tickets voor dit traject worden verkocht door Thalys, Brussels Airlines en Jet Airways. Vanaf 12 april 2014 zet Thalys dagelijkse rechtstreekse treinen tussen Lille Europe en Amsterdam in.[2]

 

Lok1600

De 1600/1800 is een type elektrische locomotief gebouwd door Alstom die sinds 1981 wordt ingezet door de Nederlandse Spoorwegen. Inmiddels rijden de locomotieven niet meer bij dit bedrijf, maar zijn gesloopt, staan terzijde of zijn in dienst bij verschillende goederenvervoerders.

 

De serie BB 1600 werd in 1978 besteld, nadat in de jaren '70 verschillende loctypen hadden proefgereden. Een daarvan was de SNCF BB 7200[1], waarvan de 1600 is afgeleid. De 58 locomotieven werden afgeleverd tussen 1981 en 1983. Als gevolg van hun komst werden de oude locomotieven van de series 1000 en 1500 afgevoerd.

Vanouds zit de machinist bij Nederlandse treinen in het midden of rechts. De 1600 had de stuurstand echter aan de linkerkant, zoals dit in het linksrijdende Frankrijk gebruikelijk is. Alvorens de locomotieven te bestellen maakte NS een proefrit, waaruit bleek dat de machinist van de linkerkant even goed zicht heeft op de seinen (die in Nederland rechts van de baan staan) als vanuit het midden.

Door de elektronische vermogensregeling met thyristorchoppers waren de locomotieven bij ingebruikname de zuinigste en krachtigste locomotieven van NS. De (lucht)compressor is tamelijk luidruchtig. Al snel na de serie-levering werden proeven genomen met een stillere schroefcompressor die later is toegepast in de serie 1700. De sterke tractiemotoren zijn opgenomen in een bijzondere tandwielkast-constructie en worden, behalve door zelfventilatie, ook vreemd geventileerd, evenals de choppers, afhankelijk van de trekkracht als functie van het opgenomen vermogen. Als eerste elektrische locomotieven bij de NS waren zij - althans in principe - in staat met twee exemplaren in treinschakeling te rijden, maar in de praktijk is daar zeer zelden gebruik van gemaakt omdat de Nederlandse bovenleiding daar niet genoeg vermogen voor kan leveren.

 

Locomotiefnamen

In de jaren 80 kregen alle locs van de serie 1600 de naam en het wapen van een Nederlandse plaats. De 1600-locs in dienst bij Railion (inmiddels DB Schenker Rail) hebben het stadswapen verloren, hier staat nog alleen de plaatsnaam op de zijkant. Sinds enkele nog rijvaardige locs rood geschilderd zijn hebben ze hun wapen weer terug.